De Kerk is een plaats waar mensen elkaar ontmoeten omdat Christus hen samenroept

4 juni 2026
Preek van Richard Steenvoorde OP

 

Slotviering van het festival Amen. En nu?
in de Kathedraal van Antwerpen
op zondag 31 mei 2026 – Feest van de H. Drieëenheid

 

Zusters en broeders,

In het donkere nachtgesprek met Nikodemus spreekt Jezus vandaag over de onvoorstelbare liefde van God voor de wereld (Joh. 3,16). Voor de wereld. Voor jou. Voor mij.

Misschien raakt juist dat woord ons wel het meest: wereld. Want die liefde van God lag niet meteen voor de hand, althans niet voor de eerste mensen die Jezus hoorden spreken. Farizeeërs en Sadduceeërs twisten met Hem. De leerlingen discussiëren onderling wie het dichtst bij Hem mag zitten in het Koninkrijk van God. En eerlijk gezegd herkennen wij dat misschien ook wel een beetje. Dat stille verlangen om toch nét iets meer gezien, iets meer bevestigd, iets meer geliefd te worden dan de ander.

En dan gebeurt er iets verrassends. Jezus zegt niet dat God alleen houdt van de besten, de zuiversten of de meest overtuigde gelovigen. Nee, God houdt van de wereld. Van deze wereld. Van vrouwen en mannen die zoeken en twijfelen. Van mensen die soms iets moois van hun leven maken en soms ook maar wat aanrommelen. Van perfectionisten, prutsers en klungelaars, zoals wij allemaal weleens zijn.

Misschien moeten we daarom voorzichtig zijn wanneer we proberen het mysterie van de Heilige Drievuldigheid te snel uit te leggen. De Franse filosofe Simone Weil zei ooit dat de Bijbel ons niet in de eerste plaats een theorie over God geeft, maar een visie op de mens die God ontmoet.[1] Geen abstract schema dus, maar een ontmoeting die mensen verandert.

Een kerkvader uit de vierde eeuw, Gregorius van Nazianze, omschreef de Drie-eenheid van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest als perichoresis, wat door de Duitse theologe Dorothee Sölle theolog werd vertaald als ‘dans’.[2] Een prachtig beeld. God zit niet onbeweeglijk vanop afstand naar de wereld te kijken. God is leven, beweging, relatie, liefde. De goddelijke dans is geen eenzame dans. Geen tango voor twee. Het is een liefdesdans waarin ruimte wordt gemaakt.

En, schrijft de dominicaan Thomas van Aquino, door Gods genade zijn wij mensen uitgenodigd om mee te doen.[3] Want, zoals Athanasius van Alexandrië schreef: God werd mens opdat de mens deel zou krijgen aan het goddelijke leven.[4]

Misschien zou je de synode over synodaliteit wel kunnen omschrijven als een poging om de kerk opnieuw aan het dansen te krijgen.

Het fascinerende is dan hoe verschillend die dans eruitziet. In sommige landen lijkt het op een grote volksdans waarbij iedereen spontaan meebeweegt. In onze contreien blijven velen liever wat aarzelend aan de rand staan. Misschien omdat we bang zijn elkaar op de tenen te trappen. Misschien omdat we niet goed weten welk ritme we moeten volgen. Misschien gewoon omdat we moe zijn.

Maar zolang er nog mensen langs de kant staan, is het feest nog niet voorbij.

Sterker nog: dan is het feest misschien nog niet eens echt begonnen.

En precies daarom spreekt het motto van deze dagen mij zo aan: “Amen. En nu?”

Eerlijk gezegd intrigeerde vooral die punt mij. Want na de tweede wereldwijde synodebijeenkomst in Rome waren er heel wat mensen die graag een punt wilden zetten achter het hele proces. En dezelfde reactie hoorde je na het overlijden van paus Franciscus. Nu is het genoeg geweest. Klaar. Afgerond.

Maar God zet geen punt.

Niet achter mensen.

Niet achter de kerk.

Niet achter deze wereld.

Ondertussen is die punt, dankzij paus Leo, bijna een komma geworden. Het proces gaat verder. Want de zoektocht naar de wil van de Heilige Geest is nog niet voorbij. Ook wij moeten nog beter leren naar de wereld te kijken met de ogen van God. Ook wij moeten nog leren wat het betekent om barmhartig te zijn, geduldig, trouw, groot in liefde (Ex. 34, 4b-6, 8,9).

De woorden “en nu?” klinken dynamisch. Ze verraden verlangen naar concrete stappen. Maar misschien ook iets van onze onrust en ons ongeduld. Augustinus wist al dat die onrust in het menselijk hart uiteindelijk geen rustplaats vindt buiten God.[5]

Wij zijn niet geroepen om eigenhandig het paradijs op aarde te bouwen. Ook niet om de perfecte kerk te creëren. Maar wij zijn wel geroepen om mee te werken met de Heilige Geest. Om langzaam te leren samenwerken met de genade die ons uit liefde geschonken wordt.

Ik werk zelf in een studentenparochie in Nederland met veel jonge kerktoetreders en terugkeerders. En gelukkig ben ik niet de enige priester met die ervaring. Het enthousiasme van deze jonge mensen verrast vaak degenen die al langer onderweg zijn met Christus. Soms begrijpen we elkaars geloofstaal niet goed. Soms botsen generaties. Soms verschillen liturgische voorkeuren. En eerlijk gezegd brengen ook deze jonge gelovigen hun eigen kwetsbaarheden, vragen en vormen van ongeduld mee.

Een synodale kerk kijkt niet weg van die spanningen. Zij probeert erdoorheen te luisteren naar wat de Heilige Geest vandaag tot de kerk zegt.

Mijn medebroeder Timothy Radcliffe zei ooit: echte orthodoxie schept ruimte, echte ketterij is bekrompen.[6] Dat blijft voor mij een bevrijdende gedachte. Want we hebben de kerk uiteindelijk niet zelf uitgekozen. God heeft ons al veel eerder uitgekozen.

En dat betekent, om de schrijver James Joyce te citeren: “Here comes everybody.”[7]

De kerk is katholiek. Universeel. Geen clubje van progressieven. Geen clubje van conservatieven. Geen verzameling gelijkgezinden. Maar een plaats waar mensen elkaar ontmoeten omdat Christus hen samenroept.

Uiteindelijk, schrijft Paulus aan de Korintiërs (2 Kor. 13:11-12), komt alles ten goede wanneer wij leren het met elkaar uit te houden: oud en jong, zoekend en overtuigd, Nederland en Vlaanderen.

Want wij zijn in Christus dieper met elkaar verbonden dan onze verschillen doen vermoeden.

En daar waar het nog schuurt, waar het nog pijn doet, waar mensen elkaar nog niet begrijpen, daar is het Christus zelf die genezing brengt. Hier, in de Eucharistie die wij vandaag samen vieren.

Wie daarin gelooft, heeft iets om door te geven.

Wie daarin gelooft, kan verantwoordelijkheid opnemen voor wat zich aandient in het persoonlijke leven, in de kerk en in de wereld.

Niet omdat alles al opgelost is.

Maar omdat God met ons meegaat.

En misschien ontdekken we dan, soms heel even, dat de Drie-ene God ons al lang is voorgegaan in die dans van ons leven.

Amen.

 

Kijk hier de Slotviering van het festival Amen. En nu terug, met daarin de overweging van Richard Steenvoorde OP

 

Voetnoten

[1] Geciteerd in ; René Girard, I see Satan Fall Like Lightening, New York: Orbis Books 2001, p. 44.

[2] Zie: Dorothee Sölle, The Silent Cry. Mysticism and Resistance, Augsburg Fortress 2001, p. 194.

[3] Thomas Aquinas, Summa Theologiae, Translated by the Fathers of the English Dominican Province, Notre Dame: Christian Classics (1981),   I-II,112, 1., p. 1140.

[4] Athanasius of Alexandria, De Incarnatione 54.3, op: https://www.newadvent.org/fathers/2802.htm

[5] Saint Augustine, Confessions. Vertaling: Henry Chadwick. Oxford: Oxford University Press (2008), I.1, p. 3

[6] Timothy Radcliffe, Listening Together. Meditations on Synodality, Collegeville: Liturgical Press 2024, p. 32.

[7] James Joyce, Finnegan’s Wake, London: Penguin Classics (2000).

Andere berichten