Paus Leo XIV roept iedere gedoopte op om getuigenis af te leggen van Christus

27 maart 2026

Paus Leo XIV roept in de catechese tijdens de wekelijkse algemene audiëntie op 18 maart 2026 alle gedoopten op om in hun dagelijks leven getuigenis af te leggen van Christus, iedere gedoopte is een actieve drager van de evangelisatie. Een gemeenschappelijke missie die de gewijde ambten en de gelovige leken verenigt. Hij benadrukte dat dit algemene priesterschap van de gelovigen wordt geschonken bij het doopsel, waardoor wij God in geest en waarheid kunnen aanbidden en “voor de mensen het geloof kunnen belijden dat zij via de Kerk van God hebben ontvangen”. 

“Het sacrament waarop we altijd trots moeten zijn, is het doopsel”

In dit verband herinnerde paus Leo zich de opmerking van paus Franciscus dat „kijken naar het volk van God betekent dat we ons realiseren dat we allemaal als leken tot de Kerk toetreden. Het eerste sacrament, dat onze identiteit voor altijd bezegelt en waarop we altijd trots moeten zijn, is het doopsel.” Paus Leo herhaalde dat de gelovigen door het doopsel en de zalving met de Heilige Geest “‘gewijd worden tot een geestelijk huis en een heilig priesterschap’, zodat iedereen deel uitmaakt van het gelovige Heilige Volk van God.” “Door gebed, ascese en actieve naastenliefde getuigen we zo van een leven dat door Gods genade is vernieuwd”, aldus de paus. Zoals het Concilie samenvat: “Het is door de sacramenten en de beoefening van de deugden dat de heilige aard en de organische structuur van de priesterlijke gemeenschap tot uiting komen.” De paus herinnerde er ook aan dat de concilievaders leren dat het heilige volk van God eveneens deelneemt aan de profetische zending van Christus.

Onze verantwoordelijkheid als volk van God

“Uit deze eenheid, die door het leergezag van de Kerk wordt gewaarborgd,” vervolgde de paus, “vloeit voort dat elke gedoopte een actieve drager van evangelisatie is, geroepen om een consequent getuigenis van Christus af te leggen, in overeenstemming met de profetische gave die de Heer aan Zijn hele Kerk schenkt.” Paus Leo herinnerde eraan dat de Heilige Geest „bijzondere genaden uitdeelt onder de gelovigen van alle rangen“ en zei dat de Heilige Geest hen door middel van deze gaven „geschikt en gereed maakt om de verschillende taken en ambten op zich te nemen die bijdragen aan de vernieuwing en opbouw van de Kerk“.

De paus merkte op dat het gewijde leven een bijzonder voorbeeld vormt van deze charismatische levenskracht, die door het werk van de genade voortdurend ontkiemt en bloeit. „Ook kerkelijke verenigingen“, zei hij, „zijn een lichtend voorbeeld van de verscheidenheid en vruchtbaarheid van de geestelijke vruchten ter opbouw van het volk van God.“

Met deze gedachte sloot paus Leo XIV af met een oproep: “Laten we in onszelf opnieuw het besef en de dankbaarheid doen herleven dat we het voorrecht hebben gekregen deel uit te maken van Gods volk, en ook de verantwoordelijkheid die dit met zich meebrengt.”

 

Bron en foto: VaticanNews 

 

Andere berichten