Luisteren naar de Geest en naar de Ander: mini-symposium synodaliteit bij de KNR

6 november 2026

Hoe luister je naar de Heilige Geest? En hoe luister je echt naar een ander mens? Over die twee vragen ging het mini-symposium dat Luisterend op weg op donderdag 5 november 2026 organiseerde bij de Algemene Ledenvergadering van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR). Het werd een inspirerende ochtend, met veel stof tot nadenken en een paar verrassend speelse momenten.

In de Verkadefabriek in Den Bosch kwamen hogere oversten van religieuze ordes en congregaties samen. Na koffie en een hartelijk welkom opende zr. Monica het programma met het gebed Adsumus Sancte Spiritus: “Wij staan hier voor U, Heilige Geest.”

In de stijl van de Heilige Geest

De eerste spreker was Stefan Mangnus OP, dominicaan en docent systematische theologie aan de Tilburg School of Catholic Theology. Hij vergeleek de synodale weg met de manier waarop de eerste christenen leerden over God te spreken. Ook toen werd er stevig gediscussieerd, vanuit de overtuiging dat God ons steeds uitnodigt om verder te kijken dan onze eigen beelden. “Voorbij de comfortzone denken”: dat gebeurde in het synodale proces, en dat gaat nog steeds door.

Paus Franciscus noemde de Heilige Geest de hoofdrolspeler van de synode. Alles wat we in de kerk doen, begint niet bij ons: de Geest is al aan het werk. Daarom staat luisteren centraal, in het vertrouwen dat iedereen de Geest ontvangen heeft. Het Gesprek in de Geest is volgens Mangnus geen nieuwe methode, maar een eeuwenoude vorm van geestelijk overwegen, bekend uit veel kloostertradities. Het is een rijke herontdekking. Wel waarschuwde hij voor een risico: we kunnen de Geest niet vangen in één methode, alsof die een garantie biedt.

Maar over welke Geest hebben we het eigenlijk? Het Bijbelse antwoord is: de Geest van Jezus Christus. Mangnus verwees naar de grote theoloog van het Tweede Vaticaans Concilie, Yves Congar: er is geen christologie zonder pneumatologie, en geen pneumatologie zonder christologie. Je kunt niet over Jezus Christus spreken zonder de H. Geest en niet over de Geest spreken zonder Christus.

Met de theoloog Christoph Theobald sprak hij over een levensstijl waarin vorm en inhoud samenkomen en waarin de levensstijl van Jezus zichtbaar wordt. Hij noemde drie kenmerken:

  • Gastvrijheid, allereerst voor mensen in de marge. Ordes en congregaties hebben daar veel ervaring mee, maar ook binnen de eigen gemeenschap gaat het erom afstanden te overbruggen.
  • Heiligheid. Het concilie roept íedereen op tot heiligheid. Door de doop worden we op weg gezet. Het religieuze leven is een radicale invulling van die oproep, die we met alle gelovigen delen.
  • Groei. De Geest is “Heer die het leven geeft”: er ligt dus nog iets voor ons. Groei betekent niet altijd méér. Ook loslaten wat bijzaak blijkt, is groei.

Een mooi voorbeeld vond hij in een van de studiegroepen die paus Franciscus instelde. Die stelde voor om niet meer te spreken over “controversiële vragen”, maar over “opkomende vragen”. Het lijkt een detail, maar het laat zien hoe de Geest werkt in een synodale kerk: laat de Geest haar werk doen, en neem daar de tijd voor. Religieuzen kunnen volgens Mangnus veel bijdragen aan een kerk die steeds meer leert luisteren naar de Geest.

Luisteren naar de Ander

Na een korte pauze waarin de aanwezigen konden uitwisselen over wat zij hadden gehoord, begon Corine Jansen haar lezing met stilte. Zij is voorzitter van de Global Listening Movement en houdt zich sinds 2009 bezig met stilte en luisteren, onder meer in ontmoetingen met mensen met dementie en mensen in hun laatste levensfase.

Jansen liet zien dat we bij het luisteren altijd onze eigen geschiedenis meenemen: onze ervaringen en behoeften. Dat hoeft ook niet anders. Het gaat erom dat ons eigen verhaal niet het verhaal van de ander wordt, en dat we in het luisteren herkennen en erkennen. Luisteren heeft te maken met beschikbaar zijn. Dat werd meteen concreet: in tweetallen vertelden de deelnemers elkaar twee minuten over hun naam. Luisteren betekent niet dat er van binnen niets mag gebeuren, zei Jansen daarna. Interessant wordt het juist als je bij de ander te blijft, en ook ervaart wat dat voor jou betekent.

Ze verwees naar de filosoof Emmanuel Levinas en de woorden “me voici”, “hier ben ik”: een antwoord op een roep, zoals dat ook in de Bijbel wordt gegeven. Een antwoord dat Levinas verbindt met beschikbaarheid. Die beschikbaarheid heeft wel grenzen. Altijd beschikbaar zijn is niet gezond. Wel kun je aanspreekbaar blijven: iemand aanspreken, tegenspreken, of er morgen op terugkomen.

Jansen sprak ook over “oordeelbewustzijn”: de eerste duiding van wat we horen, komt van onszelf. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik hoor wat u zegt, maar ik weet nog niet zeker of ik begrijp wat u bedoelt.” Eén tel wachten voordat je reageert, schept ruimte. Dat leerde zij van mensen met dementie en niet-aangeboren hersenletsel, van wie het verhaal vaak niet in een rechte lijn loopt.

Een hoogtepunt was de oefening met het lege A4’tje dat onder elke stoel lag. Staand en met de ogen dicht kreeg de zaal een aantal opdrachten: vouwen, hoekjes eraf scheuren. Iedereen kreeg dezelfde instructies, maar het resultaat was een prachtig palet aan “kunstwerken”, elk met eigen vormen en gaten. Zo werd zichtbaar hoe verschillend we dezelfde woorden interpreteren. We verbinden wat we horen met wat we al kennen. Er is verschil tussen iemands perspectief nemen en het krijgen. Om het werkelijk te krijgen, hebben we de ander nodig.

Stilte is een belangrijk onderdeel van luisteren, maar stil zijn is nog geen luisteren. Stilte kan ruimte geven voor wat er nog niet is. Jansen herkende veel in de Handreiking synodaal luisteren: niet meteen reageren, en laten bestaan wat de ander zegt. Soms zwijgen we ook omdat we niet weten wat we aan moeten met de pijn of het verdriet van een ander. Stilte heeft dus geen waarde op zichzelf. De vraag is steeds: wat doet deze stilte?

Tot slot: iemand horen is iets anders dan iemand gelijk geven. Pas als we echt gehoord hebben, weten we waarin we verschillen. “Luisteren is zo menselijk en zo moeilijk,” zei Jansen. Een kleiner begin is al veel: iets minder haast, en niet denken dat we al weten wie iemand is.

Een toolbox om mee aan de slag te gaan

Na de lezing van Corine Jansen presenteerde de Landelijke Werkgroep Synodaliteit de toolbox van Luisterend op weg. Daarin staan praktische materialen om in de eigen gemeenschap, parochie of congregatie met synodaal luisteren aan de slag te gaan:

  • Een feest voor alle mensen
  • Luisterend op weg met het evangelie, om samen een Gesprek in de Geest te voeren aan de hand van een evangelietekst
  • Luisterend op weg met de catecheses van de paus
  • maandelijkse artikelen voor parochiebladen
  • reflecties bij het Slotdocument van de synode, om met elkaar over in gesprek te gaan
  • nieuws en een agenda met activiteiten
Met een volle tas naar huis

De aanwezigen reageerden enthousiast op de ochtend. Iedereen kreeg bij binnenkomst een goodiebag mee met materialen uit de toolbox. En vers van de pers : de leeswijzer bij Magnifica Humanitas. Bij de lunch was er tijd voor ontmoeting en napraten, voordat om 14.00 uur de ledenvergadering van de KNR begon.

Wie zelf aan de slag wil met synodaal luisteren, vindt alle materialen in de toolbox op de website van Luisterend op weg.

 

Andere berichten